Een gesprek met Allan Vestergaard, visser en eigenaar van een vaartuig: Hybride oplossingen brengen in de dagelijkse visserij met SEAGLOW
Allan Vestergaard heeft meer dan drie decennia op zee doorgebracht. Als eigenaar en schipper van het schip T 247 Ester, een van de vier boten die in het kader van het SEAGLOW project worden getest, brengt Allan diepgaande praktijkervaring uit de kleinschalige visserij mee.
T 247 Ester is een 10-meter, single-handed vissersboot die vanuit Hanstholm (Denemarken) op dagtochten op de Noordzee vaart. Elke reis verbruikt ongeveer 100 liter gasolie voor de zeescheepvaart en de motor draait ongeveer 1700 uur per jaar. Op basis van dit operationele profiel selecteerde SEAGLOW Ester om een plug-in parallelle hybride aandrijflijn te testen, samen met aanvullende efficiëntiemaatregelen zoals biocidevrije E-coating, brandstof- en operationele monitoring en op maat ontworpen draagvleugels. De aanpassing is gepland voor de herfst van 2026, zodat een evaluatie onder echte visomstandigheden mogelijk is.
In dit interview deelt Allan zijn perspectief als visser en scheepseigenaar en geeft hij een praktische kijk op wat de groene overgang betekent voor de dagelijkse werkzaamheden, de arbeidsomstandigheden aan boord en de duurzaamheid van de visserijsector op de lange termijn.
Kun je ons iets vertellen over je achtergrond als visser?
Ik vis sinds 1990. Tegenwoordig ben ik eigenaar en exploitant van het kleine haak- en kieuwnetvaartuig T 247 Ester, die 10 meter lang is. Ik vis voornamelijk op kabeljauw en schelvis met haken en op heek met kieuwnetten.
Eerder in mijn carrière was ik eigenaar of mede-eigenaar van verschillende trawlers, waaronder HM 468, drie schepen met de naam Bonafide, HM 228 Pondus, en HM 229 Pingo. Door deze ervaringen heb ik een goed inzicht gekregen in zowel kleinschalige als grotere visserijactiviteiten.
Hoe ziet een typische vistrip er voor jou uit?
Dat hangt af van het seizoen en de vismethode.
In de winter vis ik op kabeljauw en schelvis met beuglijnen. Een typische reis omvat ongeveer 4000 haken die van aas moeten worden voorzien. We vertrekken meestal rond 4.00 uur 's ochtends uit de haven zodat we de lijnen kunnen uitzetten voordat de zon opkomt. Ongeveer een uur later beginnen we met het ophalen van de lijnen, het verwijderen van de vangst, het schoonmaken en het ijsvrij maken aan boord. Als alle lijnen zijn uitgezet en opgehaald, keren we terug naar de haven, meestal tussen 16:00 en 18:00 uur.
De voorbereiding is uitgebreid. De dag voor het vissen wordt besteed aan het ontdooien en klaarmaken van het aas, en na het aanlanden duurt het ongeveer twee volle werkdagen om de haken weer klaar te maken. In totaal neemt een vistrip ongeveer vier werkdagen in beslag.
In de zomer vis ik op heek met kieuwnetten. We gebruiken meestal zo'n 70 netten, die op dezelfde dag worden uitgezet en opgehaald. Het ritme is hetzelfde: vroeg vertrekken, netten uitzetten en ophalen, de vangst schoonmaken en ijsvrij maken en 's avonds aan land gaan. De vangst wordt de volgende ochtend op een veiling verkocht. Vergeleken met het vissen met de beug vereist het vissen met kieuwnetten minder arbeid aan land.
Hoe kijkt de visserijsector aan tegen de groene transitie en alternatieve brandstoffen?
De sector is zich zeer bewust van de noodzaak om alternatieve brandstoffen te vinden. Dit wordt zowel gedreven door de groene transitie zelf als door de geleidelijke invoering van CO₂-belasting in de visserij. Vissers zijn zich over het algemeen zeer bewust van de bescherming van de natuur en willen op de lange termijn duurzaam oogsten.
Toch is de sector ook sterk afhankelijk van de economische realiteit. Toekomstige quota, quotaschommelingen, constante regelgeving op zowel EU- als nationaal niveau en zelfs geopolitieke ontwikkelingen buiten de EU hebben allemaal een sterke invloed. In sommige perioden betekenen deze druk dat alternatieve oplossingen helaas de prioriteit krijgen.
Welke rol kan SEAGLOW spelen bij de ondersteuning van de visserijsector?
SEAGLOW speelt een belangrijke rol door theorie om te zetten in praktijk. Het project levert concrete kennis op over nieuwe operationele modellen, de kosten ervan en de barrières die gepaard gaan met de overgang naar groene brandstoffen.
Wat echt het verschil maakt, is dat oplossingen worden getest op echte vissersschepen. Die praktijkervaring maakt nieuwe mogelijkheden zichtbaar en geloofwaardig voor de bredere sector.
SEAGLOW kijkt ook goed naar de economische aspecten - zowel voor het aanpassen van bestaande schepen, wat vaak onevenredig duur is, als voor nieuwbouwprogramma's, waar de groene overgang efficiënter kan worden geïntegreerd. Dit zorgt voor een betere prijs-kwaliteitverhouding bij het gebruik van subsidieregelingen.
Tot slot vergelijkt het project de exploitatiekosten van groene en traditionele schepen, wat cruciaal is voor de besluitvorming. Ongeacht of we het nu hebben over retrofitting of nieuwbouw, cofinanciering via subsidies zal essentieel zijn voor de overgang van de vloot. SEAGLOW zou een nog grotere bijdrage kunnen leveren door meer schepen en grotere segmenten van de vloot op te nemen.
Welke voordelen verwacht u van de oplossingen die in SEAGLOW zijn getest?
We verwachten een onmiddellijke brandstofbesparing van ongeveer 20-30%, samen met een verminderde CO₂-uitstoot bij gebruik op HVO-diesel.
Ook de werkomgeving zal aanzienlijk verbeteren. Het elektrische hybride systeem is erg stil en zal voornamelijk worden gebruikt tijdens werkzaamheden aan dek, waar de geluidsniveaus normaal gesproken het hoogst zijn. Dat maakt een groot verschil voor de vissers aan boord.
Op de langere termijn zouden groenere en CO₂-gecontroleerde vismethoden ook een positief effect kunnen hebben op de afrekenprijzen voor de vangst. Economisch gezien verwachten we echter geen grote besparingen, aangezien HVO-diesel nog steeds aanzienlijk duurder is dan traditionele scheepsdiesel.
Waar moet SEAGLOW zich in de toekomst op richten?
SEAGLOW moet zich sterk blijven richten op praktische ervaring en op de particuliere vaartuigen en actoren die deelnemen aan het project - ook vanuit financieel oogpunt. Er zijn nog veel onbekenden en barrières en de betrokken schepen dragen het grootste risico, zowel economisch als operationeel.
Grote fysieke ingrepen aan schepen kunnen leiden tot verlies van vistijd en waardevermindering. Deze verliezen kunnen aanzienlijk zijn en kunnen later niet altijd worden teruggevorderd. Daarom hebben vissers garanties, onderpanden of soortgelijke waarborgen nodig wanneer ze deelnemen aan dergelijke projecten.
De beschikbaarheid van brandstoffen is een andere belangrijke barrière. Groene methanol bijvoorbeeld heeft momenteel een zeer beperkte productiecapaciteit in Denemarken en er is al veel vraag naar.
Hybride elektrische oplossingen, zoals die in SEAGLOW, zijn veelbelovend, maar vooral voor kleinere schepen met korte visreizen. Grotere schepen kunnen uiteindelijk vertrouwen op methanol of ammoniak, maar dat vereist infrastructuur, beschikbaarheid van brandstof, grote scheepsverbouwingen en extra training van de bemanning.
Tegelijkertijd is de visserijsector relatief klein. Met minder schepen ontwikkelen leveranciers geen producten specifiek voor de visserij. We zullen grotendeels oplossingen moeten volgen die ontwikkeld zijn voor de bredere Europese industrie en scheepvaartsectoren.
Welke boodschap wil je sturen naar beleidsmakers en technologieontwikkelaars?
Besluitvormers moeten begrijpen dat nieuwe brandstoffen ruimte nodig hebben - zowel voor het brandstofvolume als voor de tankinhoud. Tegelijkertijd worden er geen hybride systemen en motoren ontwikkeld die specifiek zijn toegesneden op de visserij.
Dit maakt de huidige EU-visserijverordening op basis van tonnage en kW tot een groot obstakel. Onder deze beperkingen is het eenvoudigweg niet mogelijk om een echte groene overgang uit te voeren, vooral niet voor middelgrote (12-24 meter) en grote schepen van meer dan 24 meter. Toekomstige oplossingen zullen onvermijdelijk veranderingen in volume en vermogen met zich meebrengen en de regelgeving moet die realiteit weerspiegelen.
Foto's @Seaglow
